Staenis
doe-het-zelf voor chappen

Er zijn twee dingen waar zelfs ervaren doe-het-zelvers meestal voor passen bij het bouwen of verbouwen: muren bezetten en de vloeropbouw plaatsen (of op z’n Vlaams: chappen). Staenis wil daar verandering in brengen. Met het kunststoffen rooster dat Tom Verstaen en Daisy Bohyn ontwikkelden, moet je echt geen Handige Harry zijn om zelf te chappen.

Voor Tom met Staenis begon, had hij al een paar jaar ervaring op de werkvloer. Dat mag je letterlijk nemen, hij schopte het als vloerder zelfs tot Belgisch kampioen Tegelzetten. Maar de chape – de vloeropbouw - was de nagel aan zijn doodskist: moeilijk perfect vlak te krijgen, en hij kreeg veel oneffen ondergronden voorgeschoteld met barsten of andere problemen. Miserie. Tom begon een oplossing uit te dokteren: een rooster dat de chape netjes op zijn plaats houdt.

Daisy rolde recht van de schoolbanken het ondernemerschap in. Ze had al een diploma als interieurarchitecte op zak, en studeerde Productontwikkeling toen haar jeugdvriend Tom – “we kennen elkaar al van in de kleuterklas – aanklopte met de vraag of ze mee een start-up uit de grond wilde stampen.

“We hebben samen het rooster verder ontwikkeld”, legt Daisy uit. “Het principe is heel eenvoudig: je kan het aan de zijkanten en in de hoeken verstellen. Chappers klikken het in elkaar, regelen de juiste hoogte, vullen het met chapemateriaal, stampen het stevig aan en slepen het vlak. Op het einde nog polieren en that’s it. De kunststof rot of roest niet, dus ze kan gewoon blijven zitten en is tegelijkertijd ook een wapeningsnet. Je moet echt geen Handige Harry zijn om zelf je chape te leggen. (snel) Als je de instructies volgt tenminste.”

De bouw is een conservatieve sector. Innovatie breekt heel traag door.

Aanvankelijk richtte Staenis zich vooral op de bouwsector. Maar recent besloten Tom en Daisy om het roer helemaal om te gooien, en zich rechtstreeks op de doe-het zelver te richten. Van B2B naar B2C. “De bouw is een conservatieve sector. Innovatie breekt heel traag door. We kregen de early adopters wel aan onze kant, maar het kost enorm veel tijd om het vertrouwen van de professionele chappers, vloerleggers, schrijnwerkers en karweimannen te winnen. Tijd die we als start-up helaas niet hebben.”

“Nu mikken we rechtstreeks op de zelfbouwmarkt. Huizen zijn peperduur en de vraag naar vakmannen is véél groter dan het aanbod, meer en meer mensen gaan daarom zelf renoveren of bouwen. We merken dat er ruimte is voor een oplossing die doe-het-zelvers toelaat om zélf hun vloeropbouw te leggen.”

“Rechtstreeks op de doe-het-zelvers mikken is de beste beslissing die we al genomen hebben de voorbije drie jaar! Het vraagt wel een andere manier van werken. Onze verkoop is bijna volledig verhuisd van beurzen en werven – echt ouderwets de baan op met ons product – naar online kanalen. En we moeten ook heel veel tijd en aandacht besteden aan support. Het succes van het rooster staat of valt met referenties, zowel goede als slechte. We moeten dus garanderen dat de doe-het-zelvers het rooster op de juiste manier gebruiken. Daarom informeren we klanten eerst met tips voor hun werf.”

We willen dé referentie worden. Geen merknaam, maar een begrip. Zoals Pampers of Bic.

De koerswijziging stelt Staenis voor een dubbele uitdaging, zegt Daisy. “Ons ultieme doel is om dé referentie te worden in wat we doen. Om van het Staenis-rooster iets te maken als Pampers of Bic. Geen merknaam meer, maar een begrip. Niemand die het nog over luiers of over balpennen heeft. Maar daar zijn we natuurlijk nog lang niet: we moeten niet alleen een nieuwe product lanceren op de markt, we moeten eerst nog een markt creëren. De meeste doe-het-zelvers denken nog dat een vloeropbouw plaatsen te complex is voor hen. Voor we die groep kunnen overtuigen dat het Staenis-rooster de beste manier is om zelf te chappen, moeten we hen kunnen overtuigen dat zelf chappen wél haalbaar is.”

“(lacht) Soms ben ik wel eens jaloers op hoe snel andere ondernemingen kunnen groeien. We zaten met Staenis bij accelerator Start it @KBC tussen allemaal technologische start-ups. Terwijl zij hun software al aan het verkopen waren, zaten wij op een veel trager pad. We moesten ons rooster ontwikkelen, samen met de UGent en WTCB testen, perfectioneren, opnieuw testen. Tot het 100 procent goed zat. En dan moesten we nog op zoek naar een betrouwbare fabrikant en moesten we de hele logistiek nog op orde krijgen.”

“Een technologische start-up heeft bij wijze van spreken één computer nodig, wij hadden meteen een groot budget nodig. Het risico is groter, je kan onmogelijk nog terug eens je die investering hebt gedaan. Maar ik zou ook niet meer terug willen.”

Deel het verhaal van Tom en Daisy

Andere verhalen uit de buurt

De ondernemers in je stad of gemeente hebben vaak een grotere impact op hun omgeving dan je zou denken. Ontdek hier de verhalen achter de ondernemingen in jouw buurt.

Ontdek een ander verhaal over

Ontdek alle verhalen