Dekeyzer-Ossaer
Andere ondernemers en mensen met slikproblemen.

Johan en Marie-Rose Dekeyzer-Ossaer hebben vier zonen: Kurt, Steven, Stijn en Kevin. Samen hebben ze nog een vijfde telg grootgebracht: Dekeyzer-Ossaer, een vleesverwerkend familiebedrijf dat in heel Vlaanderen levert. Medemarktleider in het portioneren, bereiden, verpakken en distribueren van vleesproducten voor grootkeukens, industrieklanten, horeca, retail, zelfs exportmarkten. En zeggen dat het 37 jaar geleden begon met een bescheiden beenhouwerij met toonbankverkoop. Dekeyzer-Ossaer is een echt wij-bedrijf. En die ’wij' reikt verder dan de vier zonen, de medewerkers en de klanten van het bedrijf. Dekeyzer-Ossaer onderneemt voor iedereen.

”Als ondernemer moet je creatief zijn en buiten het boekje durven denken,” zegt Johan Dekeyzer. ”Zo slaag je erin om van een potentiële crisis een opportuniteit te maken, voor jezelf én voor de anderen.” In 1999 maakte Dekeyzer-Ossaer een enorme groeispurt. Toevallig — of net niet — in het jaar dat de dioxinecrisis uitbrak. ”Een enorme klap voor de voedingsindustrie in België. De onzekerheid was groot, ook bij ons. Maar we zagen ook meteen een nieuwe kans: door de dioxinecrisis waren klanten meer en meer geïnteresseerd in de herkomst van het vlees. Traceerbaarheid was heel belangrijk geworden. Dus zijn wij pioniers geworden in het informatiseren van de traceerbaarheid. Van elk geportioneerd lapje vlees kon je de oorsprong achterhalen, wat bij ons toch een grotere uitdaging was dan bv. in vleesbedrijven die enkel karkassen verhandelen. Maar het was veilig voor de klant en goed voor de groei van ons bedrijf. In 2002 waren we in België koplopers op het gebied van traceerbaarheid van vlees. We zijn niet alleen op de kar gesprongen, we hebben ze mee getrokken.”

Zien wat de noden zijn en daar een oplossing voor vinden, da’s een win-winsituatie voor beide partijen.

Hoe kunnen we nog verder innoveren? Dat is een vraag die ze zich bij Dekeyzer-Ossaer minstens één keer per week stellen. Met die vraag in het achterhoofd zijn ze een paar jaar geleden in het convenience-verhaal gestapt. Alles voor het gemak van de klant. ”We hebben ons gamma uitgebreid met voorgegaard vlees,” vertelt Johan. ”En we hebben het kruimelgehakt gelanceerd: rauw gemengd gehakt ingevroren per korrel, waardoor de kok het los in zijn saus kan strooien. Zo gebruikt hij enkel wat hij nodig heeft én bespaart hij een hoop tijd. Een drietal jaar geleden bekeken veel koks ons een beetje scheef: “Ga je ons werk afpakken?” Natuurlijk niet. Integendeel. We helpen jullie creatief te zijn. Een schilder maakt ook zelf zijn verf niet. Hij onderscheidt zich door wat hij met die verf creëert.”

Als ondernemer heb je ook een ruimere maatschappelijke impact, en daar is Dekeyzer-Ossaer zich van bewust. Johan Dekeyzer: ”Maaltijden in OCMW’s worden binnenkort niet meer gesubsidieerd. De productieprijs moet dus naar beneden. Maar hoe laag kan je gaan zonder aan kwaliteit te verliezen? Simpel, je kan de prijs drukken door efficiënter te werken, sneller en met een lagere loonkost. Onze convenience-producten passen mooi in dat plaatje. Wij kunnen de prijs nog verder drukken door de productie op te drijven. Hogere productie, waardoor het product kwalitatiever kan verkocht worden aan een lagere prijs. Als alle West-Vlaamse scholen of OCMW’s op dinsdag worst serveren, kunnen ze die veel goedkoper aankopen. Dat zou een enorme besparing zijn op hun factuur.”

“Convenience-producten kunnen ook mensen met een bepaald ziektepatroon dienen. In rusthuizen hebben heel veel mensen slikproblemen, het vraagt veel zorg en tijd om aangepaste maaltijden te bereiden. Daar kunnen wij met onze maaltijdcomponenten perfect op inspelen. We brengen lekkere vleesproducten op maat voor mensen met slikproblemen. Dat we zo bijdragen aan de gezondheidszorg vind ik een mooi surplus.”

Als je niet kan delen, kan je niet vermenigvuldigen. Dat is één van de stokpaardjes van Johan Dekeyzer. ”Ik geloof inderdaad sterk in de deeleconomie. Als je alles zelf wil doen, stel je je zwak op. Sterktes combineren, onderling zoeken naar complementariteit, dat is de enige manier om te groeien. We zouden ook vlees voor charcuterie kunnen maken, maar dat doen we niet. We zoeken liever kleinere bedrijfjes die de charcuterie voor ons bereiden. Zij krijgen vlees van ons, we zoeken samen een recept, zij bereiden de charcuterie en daarna gaan wij hun product slicen. Zo leveren wij elkaar toegevoegde waarde, everybody happy. Waarom zou onze ham beter zijn dan de ham van iemand die dat al járen doet? Ieder z’n sterkte! En als je die sterktes deelt, stoor je de markt niet en groei je samen. En de klant wordt er ook beter van, die kunnen we samen optimaal bedienen. Delen om te vermenigvuldigen dus, om samen te groeien!”

Deel het verhaal van Johan

Andere verhalen uit de buurt

De ondernemers in je stad of gemeente hebben vaak een grotere impact op hun omgeving dan je zou denken. Ontdek hier de verhalen achter de ondernemingen in jouw buurt.